Die nacht was Hij in Gent. Voor een laatste maal zou Hij zich begeven onder het Gentse volk dat in die tijd druk in de weer was met het jaarlijkse feest. Hij verzamelde Zijn broeders voor een laatste maal rond de tafel in de schaduw van de Sint-Baafsabdij. Aan de begrippen “Sint” en “Abdij” kon zelfs Hij geen invulling aan geven. Ze genoten van een plaatselijk gerecht op basis van rundvlees, mosterd, brood en bruin bier. Ondanks de afgelopen 9 dagen waren zij nog lang niet zo arm als Job doch zeker rijk aan ervaring en herinneringen…
Hij nam zijn beker met wijn, dronk hiervan en sprak tot hen: “Nog voor de haan zijn remslaap bereikt zal hebben, zal Urgent.fm opnieuw de hele gemeenschap bedriegen en minachten. Maar gij, Mijn broeders, gij hebt Mij de afgelopen dagen meer gegeven dan ik nodig had. Bovendien, al wat gij gedaan hebt aan één van hen die feest vierden in Gent, hebt gij aan Mij gedaan.” Toen nam Hij Zijn programmagids, bladerde erin en sprak tot hen: “Kom, laat ons nu naar Zaki gaan.”

Hij, diene mengs, zat nooit verlegen om een parabel. Al een chance, niewaar.
Hoewel Hij hen altijd de weg had gewezen, ging Stefaan, de hoogmoedige, toch voorop. Uren en uren verdwaalden zij door de Gentse woestenij. Stefaan zag het teken in, richtte zijn blik naar de hemel en schreeuwde: “Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij?” Daarop stelde Hij aan Stefaan de volgende vraag: “Gesteld dat Jean-Jacques aan Matthias de weg zou willen tonen van de Overpoort naar het Keizersvest, zou Matthias dan niet, hoewel niemand beter dan hij die weg kent, op Jean-Jacques vertrouwen omdat die hem ook in het verleden altijd de weg toonde?”.
Uiteindelijk bereikten zij het plaatselijke strand, waar de menigte zich reeds verzameld had rond Zaki, die die nacht op de aarde Gods bevelen uitvoerde. Sommigen, klein van gestalte, namen plaats in de palmbomen om hem te kunnen zien. Hij en Zijn vrienden voelden zich dan ook niet waardig dat Zaki tot hen kwam. Na de gaven van deze laatste te hebben bewonderd en zijn bewegingen te hebben bestudeerd, trokken Hij en Zijn vrienden verder door de Gentse straten. Hun ontmoeting met Zaki had hen duidelijk gezond gemaakt. Vele plaatselijke edelieden zoals Trond Sollied, Chris Janssens, Johan Verminnen, Lieven Decaluwe en Koen Crucke bejegenden hen met eerbied. Koen Crucke wuifde hen zelfs vriendelijk toe toen zij zijn naam noemden. Zo bereikte Hij en Zijn vrienden die nacht ook de Duveltent en Café Planchee, vol van vreugde, gesterkt door Zaki’s barmhartigheid die zij, uit eerbied voor hem, met zich mee droegen. Zij deelden hun vreugde, zij deelden samen, zij rustten in God.

Hij en Zijn vrienden.
Op het einde van de nacht lieten Zijn broeders hem alleen voor een kleine tocht door de woestijn te midden van de Gentse Vlasmarkt. Het volk klampte Hem aan. Hij behoedde hen voor zonden. Toen zag hij Adriaan. Deze trad op Hem toe en sprak: “Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn drank aan de armen. Ik heb toch een beker teveel.” Hij gaf, na lang overwegen wie hem het meeste toekwam, de beker aan een jongen die men Rob noemde hoewel er veel edeler volk op de Vlasmarkt was. Toch begrepen de omstaanders hem dadelijk. Voor kleine mensen is Hij bereikbaar, Hij geeft hoop aan rechtelozen, hun bloed is kostbaar in Zijn ogen. Toen de zon allang was opgekomen en de muziek op de markt werd stilgelegd, trok Hij naar huis. Zo ging Hij. En met Hem Zijn wonderen.
Recente reacties